Tijdens de winter van 2019 had ik het genoegen Monika Triest te ontmoeten in Santa Cruz, Californië. We brachten samen meerdere uren door terwijl ze onderzoek deed naar de geschiedenis van de verzetsbewegingen in de Verenigde Staten. Als ervaren academica en schrijfster – en ooit docente in Antioch College, Yellow Springs, Ohio in de jaren 1960-70 – toont ze een ongewoon en genuanceerd begrip van de Amerikaanse radicale bewegingen vóór sociale rechtvaardigheid en vrede, tégen witte suprematie en anti-semitisme, tégen geweld op vrouwen in al zijn ontelbare vormen. In deze welkome bijdrage voert ze die lange geschiedenis terug tot de late negentiende en begin twintigste eeuw. Ze toont onze Europese zusters en broeders een ander Amerika en schenkt hen daarbij hopelijk een nieuw perspectief, want gezien de huidige bewoner van het Witte Huis hebben wellicht velen onder hen al vaak het hoofd geschud in wanhoop en ongeloof.

 

Hoewel Trump in het totaal aantal stemmen (de zogenaamde popular vote) de presidentsverkiezingen van 2016 in feite verloor met een verschil van bijna drie miljoen stemmen, heeft hij toch het presidentschap verworven omwille van de eigenaardige kenmerken van het Electoral College. Dit kiessysteem werd geïnstalleerd tijdens de Grondwettelijke Conventie van 1787, die de basis vormt van het Amerikaanse staatsbestel. In die tijd kreeg elke deelstaat een vast aantal ‘kiesmannen’, waarvan het aantal gelijk was aan het aantal vertegenwoordigers dat elke afzonderlijke staat toegewezen kreeg in het Congres. De formule werd gebaseerd op het bevolkingsaantal van elke staat. Eén van de grootste strijdpunten tijdens deze Grondwettelijke Conventie was de vraag of de slaven moesten meegeteld worden in het bevolkingsaantal. De zuidelijke staten, waar ongeveer veertig procent van de totale bevolking bestond uit Afrikaanse slaven, wilden dat ze volledig meegeteld zouden worden. Uiteraard kwam er verzet van diegenen die geen slaven bezaten. Het resultaat was het zogeheten 'drie vijfde'-compromis, waarbij de Afrikaanse slaven werden meegeteld als deel van de bevolking, maar enkel voor drie vijfde van een persoon. Zodoende raakten witte suprematie en slavernij verankerd in de grondwet.

               Het is nuttig om weten hoe dit vandaag in zijn werk gaat: sluwe politici en hun adviseurs berekenen in detail hoe ze bepaalde swing states – de zogenaamde kantel-staten – kunnen winnen tijdens een presidentsverkiezing. Daarom smijten ze met miljoenen dollars en creëren verwarring bij televisiekijkers en volgers van sociale media via allerlei berichten – berichten die demagogisch van aard zijn en die de feiten ernstig verdraaien. Het kiescollege is zodanig ingericht dat uiteindelijk één kandidaat álle electorale stemmen wint van een deelstaat, zelfs wanneer hij nauwelijks de meerderheid behaalde (na telling van de uitgebrachte stemmen van gewone Amerikaanse burgers). Zo heeft Trump de verkiezing dus gewonnen, terwijl hij op dramatische wijze de popular vote verloor.

 

Het is van belang om deze geschiedenis te begrijpen als we inzicht willen krijgen in de huidige samenstelling van het Amerikaanse politieke landschap.

               Na de presidentsverkiezingen van 2016 kwamen er massabewegingen op gang tegen racisme en witte suprematie, tegen seksisme en vrouwenhaat, en voor de rechten van immigranten – zowel binnen ons land als aan de zuidelijke grens waar momenteel duizenden vluchtelingen en asielzoekers geïnterneerd worden. Ook de dringende oproep om iets  te doen aan de klimaatverandering klonk alsmaar luider. Al deze en vele andere kwesties staan vandaag opnieuw in de aandacht en bereiken zelfs een historisch hoogtepunt van verzet bij de bevolking. Wat we hier in de Verenigde Staten een ‘blauwe tsunami’ noemen – een Democratische tsunami – heeft intussen de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden weggeveegd dankzij de indrukwekkende toename van progressief verzet tegen de Trump-administratie.

              

               In de aanloop naar de nationale verkiezingen van 2020 is het nu vooral van belang dit momentum te bewaren. Terwijl ik dit schrijf zet het Huis van Afgevaardigden de stap naar de impeachment (afzettingsprocedure) van president Trump. Hij wordt verantwoordelijk gesteld voor ‘zware misdaden en misdrijven’ in de bewoordingen van de grondwet. Volgens de grondwettelijke procedures moet het Huis van Afgevaardigden deze aanklachten onderzoeken, hoorzittingen houden en kan het vervolgens stemmen voor afzetting van de president. Daarna is de Senaat verplicht een proces te houden over zijn schuld of onschuld. Enkel wanneer de Senaat met een meerderheid van twee derde instemt met deze impeachment, kan een president verwijderd worden uit zijn ambt.

 

 

Het boek van Monika Triest is gebaseerd op uitgebreide interviews met activisten en op grondig archiefonderzoek. Op die manier geeft ze een historisch overzicht van de Amerikaanse bewegingen tegen repressie, racisme, vrouwenhaat en voor sociale rechtvaardigheid. Dit geeft een inzicht in het  huidige verzet tegen de Trump-administratie. Als methode hanteert ze een toegankelijk model van verhalen via individuele protagonisten in elk hoofdstuk van het boek. Op die manier leidt ze ons naar een interessante en hoopvolle analyse. Het is ook een methode die perfect best bij onze Amerikaanse tradities.

 

Als kind van communistische ouders, opgegroeid in de jaren 1950 in New York, heb ik levendige herinneringen aan de ergste dagen van 'The Red Scare’: de kwaadaardige verdachtmakingen (red-baiting) door senator Joseph McCarthy, de executie van Julius en Ethel Rosenberg, de wijze waarop het House Committee on Un-American Activities (HUAC) binnendrong in gemeenschappen met hun openbare zittingen en lastercampagnes tegen perfect onschuldige en dappere vrouwen en mannen die vakbonden organiseerden en/of deelnamen aan het anti-fascistische front van de jaren 1940 en/of immigranten waren. In diezelfde periode was ik ook getuige van aanhoudende politie-acties en parlementaire hoorzittingen tegen lesbiennes en homo’s. Ik herinner me het werk dat we deden in de beweging voor de burgerrechten in de late jaren 1950 en 1960, de Free Speech-beweging aan de Universiteit van Californië, in Berkeley 1964-1965. De opkomst van de Black Panther Party in de jaren 1970 staat me nog helder voor de geest, net zoals de massale internationale beweging om Angela Davis te bevrijden – een beweging die eindigde in haar vrijspraak in juni 1972. Ik nam deel aan het verzet tegen de oorlog in Vietnam, waarbij letterlijk honderdduizenden Amerikanen marcheerden in de straten en petities indienden bij onze regering, hun legerdienst weigerden en zodoende bijdroegen tot het einde van deze neokoloniale en racistische bedriegerij. Ik was eveneens fel betrokken bij de enorme Women’s Liberation Movement, die begon in de jaren zestig en zeventig. Intussen is die movement geëvolueerd naar de opbouw van Gender, Seksualiteit en Feministische Studies, zowel in de straten als aan onze universiteiten.

               Tijdens mijn veertigjarige loopbaan aan de universiteit vond ik mijn inspiratie bij de prachtige verzetstradities van ons land... en vandaag vind ik die opnieuw bij de nieuwe generatie van activisten. Onder hen bevinden zich mensen van alle kleuren, etniciteiten, nationaliteiten, seksen en seksualiteiten. Ze zijn verenigd in hun streven naar een samenleving die wordt gekenmerkt door mededogen en rechtvaardigheid.

 

Het boek van Monika Triest is een mooi eerbetoon aan ons verleden en een bijdrage tot onze collectieve geschiedenissen.

 

Bettina Aptheker

University of California

Santa Cruz, CA

September 25, 2019

VOORWOORD VAN Prof. Dr. BETTINA APTHEKER